is toegevoegd aan uw favorieten.

Lessen, over de redekunst en fraaie weetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

446 Algemeene Bladwijzer*

Jeremias, zijn karakter als dichter. III. hl.aicJ

zie Klaagliederen. Jefaias, zijne verhevene befchrijving van de

Godheid. I. 101 Befchrijving van den val der Asfyrifebe heer-

ichappij. . 486

Zijne Metaphoren, betrekkelijk tot het Jood-

fche land. III. • Zijn karakter als dichter. 215 Inleiding van redevoeringen, derzelver oogmerken, II. 267 Regels voor het opftellen van dezelve. 272 Ititerjeüien, zijn de eerfte beginzels der fpraak

geweest. I. ito fnterrogatie. Voorbeelden van een goed gebruik dezer figuur, f. Regels daaromtent. Joh De duisternis veroirzaakt verhevenheid in

een plaats uit zijn hoek. I, go Aanmerkingen over den Stijl van dat boek. III. 192 Het onderwerp der Poëzij daarin. 317 Fraaie plaats daaruit. 219 Johnfon. Z\]n karakter als Tooneeldichter. HL 416 Joodfche land. Aanmerkingen over de gefteldheid

van hetzelve. Hï, aoi Ifaeus, de Rhetoriker, zijn karakter. II. 92 Ifecrates, zijn karakter als Redenaar. II. 89 Juistheid in den ftijl, wat is. l, 287 Van hoe veel belang. 289 Vereifehten van dezelve. 300 Juvenalis, karakter van zijne Hekeldichten. HF, 16$

Ka*