Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxiv voorbericht

„ Maar nu zult gij ook in 't tijdelijke beloond worden," fprak kasper en ging in 't parochiehuis waar de amptman van Alfdorf zoo even gekomen was; daar gaf hij eene zeekere fom in bewaring, waar van, voor den fchaapherder een eigen fchaapshof gekogt wierdt, waar op hij lange jaaren eenzaam leefde , oprecht en vroom voor God en menfehen wandelde, en zeer zagt in den Heere ontfliep. God vergun hem eene vrolijke opftanding!

In Aaien gaf zich kasper den gezaamenthjken raad en geestelijkheid, te kennen, die allen over de wonderbaare leiding Gods verdomden, en hem zijn verzoek toeftonden, om 't gebeente zijner moeder op den Godsakker te begraven. Daar op vermaakte hij heerlijke legaaten aan kerken, fchoolen, gast- en ziekenhuis. Ook vergat hij zijne arme bloedverwanten niet, maar bezorgde hen rijkelijk. Bij een kostelijk gastmaal, dat hij den raad, de geestelijkheid en eenige andere aanzienelijke , burgeren gaf, het hij de fchooljeugd komen, en onder het geluid van muzijk-inftrumenten dit lied aanheffen.

»> Hoe zal ik naar waarde u prijzen ? Machtig, goedertieren God!"

Hij

Sluiten