Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3a VERHANDELING OVER HET

noemde, nog door deeze toevallen (*). Ten eerften, by 't uitbreeken der ziekte , weigerde het dier voedfel, wilde ook niet drinken, flampte met de voeten, had hangende ooren, zomtyds brak hem het zweet uit, dat, by het fterven van het dier, koud was, het had eene heeteopgefpannen huid; en deeze waren de toevallen des eerften tydvaks. In den voortgang der ziekte, kreeg het ontftoken oogen, de ademhaling wierd zeer moeijelyk, de zyden floegen, het dier gaf lange zugten, en fteende hevig (f); een zuiver bloed vloeide hem uit de neus, de tong wierd raauw, en kleefde aan de gezwollen keel en het gehemelte; de ingegooten wyndranken deedenniet altyd goed, want daar zy zomtyds een op fterven liggend dier redden, veroorzaakten zy, by andere, meerdere hitte, en zulke woede, dat zy, met hunne eigen tanden, zig zeiven verfcheurden. Als Virgilius, eindelyk, aan de fchaapskudden komt, zoo heeft hy, dewyl de algemeene

ziek-

(*) Labitur infelix fludiorum atque immemor herba ViÜor equus. —

Turn vero ardentes oculi, atque attractus ab alto .

Spiritus interdum gemitu gravis : imaque longo

llia fingultu tendunt: — (t) Lange zugten wierden ook, in Hongaryen, in 't jaar 1712, by de, door J. A. Geniel waargenomen, epizotie, opgemerkt.

Sluiten