Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'ga Vde beöordeelende brief.

„ En hij befprengde ook desgelijks den Ta„ bernakel en alle de vaten van den godsdienst „ met het bloed. Ook bijna alle dingen worden „ naar de wet door bloed gereinigd en zonder

bloedftorting was er geen vergeving. Het was „ derhalven dan 'wel noodzakelijk, dat de voor„ beduidfels der dingen in de Hemelen, door de„ ze [bloedfprengingen] gereinigd wierden, maar „ de boven hemelfche dingen zelve door betere „ offerhanden dan deze."

Aangaande deze geheele redenering nu moet het eerst vast ftaan, gelijk mij dit boven alle twijfeling fchijnt, dat we daar in alleen om de twee Verbonden, en geenzins om een Testament te denken hebben. Dit neem ik ten minsten aan op die gronden , welke Michaëlis te voren heeft opgegeven , en op nog andere, welke de aandagtige nalezing Van Hebr. VIII en IX. vergeleken met de daar aangehaalde plaatfen uit het O. T. overvloedig aan de hand geven. De Heer schutte heeft zelfs niet eens gepoogd dit te wederleggen, maar heeft het, hoe zeer ook die wederlegging hem tot ftaving zijner onderftelling van dienst geweest zou zijn , ftilzwijgend voorbijgegaan , als of dit niet eens in aanmerking kwame.

Te midden nu van deze redenering, en van de vergelijking der twee Verbonden en het tweederlei bloed, waar mede deze Verbonden waren ingewijd, zijn vs.^16 en 17 geplaatst, waarin ik toeftaa, dat een Testamentair denkbeeld voorkomt. De Vraag is, wat men daar van te denken hebbe? Mijns oordeels is het-zeer duidelijk, dat dezelve niet anders zijn dan eene farenthetifche tusfchenreden , hoedanige Paulus veelmalen gebruikt , niet als nieuwe bewijsredenen voor de

ftel-

Sluiten