Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 20 >

geweld toefprong, en hem met zo veel woede aanrandde, dat hij fpoedig, zijn prooij liet vaaren,

en de vlucht nam. Gelijk fommige dieren, die,

van natuur, wreed zijn, door Jjnn verblijf onder menfchen iets van hunnen wreeden aard verliezen, zo fchijnt het ook met de katten gelegen te zijn. —■ En dit is een groot voorrecht, daar wij deze dieren niet ontbeeren kunnen, zonder dezelve zouden wij

zeer ongelukkig zijn. Wie het nut, 't welk ons

deze d.eren te wege brengen, in aanmerking neemt, zal te bgter de Les van Salomo in acht neemen: dé rechtvaardigen ontfermt zich over zijn vee.

Kakel. Zijn dan de katten tot niets meer dienstig, dan alleen om rotten en muizen te vangen.

' Vader. Is deze dienst, welken zij ons bewijzen, niet groot genoeg? Op het eiland Cijpren

bedient men zich ook van de katten, om flangen te vangen.

Jansje. Dat wilde ik wel eens zien, vaderlief. Is dat ver van hier?

Vader. Laat kar el ons eens zeggen en aanwijzen, waar het ligt.

K a r k l. Ik meen, dat het in de middelandfche zee

gelegen is. Wacht, ik zal de kaart eens opflnan.

Ja, hier ligt het onder klein Azie — dan.zoudt ge eene lange reis moeten doen, om daar te komen.

Va-

Sluiten