Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zedenleer. III. Hoofdstuk. if

V. Welke zyn veelal de voorwerpen, welke de verdorve wil verkiest ?

A. In 't algemeen de dingen van dit leven welke de zinnen aandoen en dreelen, in 't byzonder wellust, rykdom, en eere in de waereld, daarom geheeten de begeerlykheid des vleeschs, de begeerlykheid der oogen en de grootsheid des levens i Cor. II. vs. 16.

V. Hoe blykt daar uit deszelvs verdorvenheid?

A. Voor eerst uit deeze voorwerpen zelve, in zo verre die namenlyk de voorwerpen zyn van haare voornaamde of heerfchende begeerte, daar ze dus dingen verkiest welke niet toereikend zyn, om den onderffelyken mensch gelukkig te maken, niet alleen, maar welke ook op eene te hooge prys gedeld, den zeiven ligtelyk eeuwig kunnen verderven.

V. Hoe verder ?

A. Ten tweede, uit de wyze op welke ze zich daar naar uitftrekt, welke is zeer onmatig, zo dat ze meenigmaal geen zwarigheid maakt, om flinkfche wegen in te flaan, en tegen God te zondigen, zo wanneer ze meent dat die aan haare oogmerken zullen kunnen dienstbaar wezen.

V. Hoe Eindelyk ?

A. Uit de verwerping van God en zyne, gemeenfchap, welke deeze begeerten dus ingericht influiten , daar hy, die zyn hoogde goed in de dingen van de waereld delt en zoekt,God onB mo-

Sluiten