is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderwys in de christelyke zedenleer vraagswyze opgestelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zedenlctt. IX. Hoofdstuk. 9?

zyner goedertierenheid hem zo meenigmaal voorkwam met zyne liefde om hem tot den he* mei op te leiden.

V. Wat zal die Verdoemenis grootelyks verzwaaren ?

A. Zeekere omftandigheeden welke daarmee» de onaffcheidelyk zullen verzelt gaan.

V. Waar toe hebben die haare betrekking?

A. Voor eerst, tot de plaats der pyniging, welke zeer verfchrikkelyk zal zyn als blykt uit haare benamingen van den afgrond der helle, de buitenfte duiflernis, de poel welke brand van vuur en fulpher.

V. Waar toe verder?

A. Tot het gezelfchap 't welk mede zeer verfchrikkelyk zyn zal, als 't welk zal beftaan, in eene tallooze fchaar van verdoemelingen, die ook in het vuur van Gods toorn geworpen > van weedom des harten huilen, en op haare tanden knerfien zullen.

V. Waar toe meer P

A. Dat het lyden dier helfche ftraffe zal moeten ondergaan worden, zonder eenige de minfte ontferming van anderen, ja ook zonder op eenige ontferming te kunnen hoopen.

V. Waar toe meer ?

A. Dat het zeiven zonder eenige tuffchenpoozing zal ondergaan werden. Ja ook zonder eenige hoope van verademing terwyl dezelve geduurig meer toe dan afncemen zal.

G Y.