is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderwys in de christelyke zedenleer vraagswyze opgestelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zedenleer. X. Hoofdstuk. 109

ting een zeker leven, zonder dat was de inenting te vergeefs, heeft de mensch dan ook voor zyne geloofsvereeniging met Chriftus een zeker leven in hem zei ven ?

A. Zeker ja, maar niet uit hem zeiven, hy word vooraf door des Geeftes bewerking levendig gemaakt, het welk de Heiland een trekken noemt, Joh. VI. vs. 44. en dat hem in ftaat ftelt, om overeenkomftig zyn redelyk beftaan als een vry fchepfel te werken ter zyner geloofs vereeniging met Chriftus.

V. Hoe bewyft men uit de bedieninge der H. Sacramenten, dat alle menfchen zedelyk ongefteld zyn ?

A. Deeze wierden onder 't O. en N. T. bediend aan kleine kinderen, voor dat zy het onderfcheid kenden tuffchen goed en kwaad, let men nu op de beteekende zaak der befnydenisfe en des Doops,zo ziet men ras,dat die Bondzegelen zodanig iets in de zelve veronderftellen, waar door zy van hun zelve buiten ftaat zyn om in de gunft, gemeenfehap, en dienft van God te leven, en wat is dit anders dan hunne zedelyke ongefteldheid of verdorvenheid.

V. Kan men hier uit ook befluiten tot zodanige kinderen, die deeze H. Bondzegelen nimmer ontfingen , en dus tot allen zonder onderfcheid.

A. Zeker, want behalven dat men met geen grond ftellen kan, dat kinderen uit Heidenen

en