is toegevoegd aan je favorieten.

Onderwys in de christelyke zedenleer vraagswyze opgestelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

166 ■ Chriftelyke

II. DEEL XV. HOOFDSTUK. Dc ftaat des Menfchen in de Genade.

Vrage. Des menfchen natuur ftaat afgehandelt zynde, welke ftaat komt nu vervolgens in aanmerking ?

Antw. Dc ftaat des Menfchen inde Genade, datis, die zedelyk goede gefteldheid,en werkzaamheid, in welke de mensch door zyne zedelyke verandering is overgebragt geworden.

V. Waarom die een ftaat van Genaade geheeten ?

A. Naar de drieërly beteekenis, welke het woord Genaade in deH. Schrift heeft, namenlyk van ongehcude gunst, van Goddelyke kragt, en geejlelyke Vryheid, kan men ook eene drieërly reede van deeze benaaming geeven.

V. Welke is de eerfte ?

A. De zedelyk goede gefteldheid en werkzaamheid kan een ftaat van Genaade geheeten worden, om dat hy, die in den zeiven leeft, daar toe door vrye gunst van God is overgebragt, en ook daar in door dezelve vrymagtige begunftiging onderhouden word; aangezien er niets in den natuurlyken merïsch is, dat hem

voor