Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zedenleer. XX. Hoofdstuk. 231

welke God op hem heeft willen neemen, en de gelykvormigheid, welke Hy hem aan zyne Goddelyke natuur gegeeven heeft. V. Hoe nog ?

A. Hy word verder genoemt een Tempel Gods, 2 Cor. VI- vs. 16. van wegens de heerlykeinwooninge van God in hem.

V. Waar by word hy al vergeleeken?

A. By al wat in de natuur heerlyk is: als by voorbeeld: by de heerlykfte gewasfen der aarde, by de voortreffelykfte geboomten, en by de keurigfte bloemen, welke alle daar toe ingericht zyn , om de byzondere hoedanigheeden van deszelfs voortreffelykheid op de levendigfle wyze af te beelden, Zie Jef. LV. vs. 13. en Hoogl. II. vs. 2.

V. Waar by meer?

A. By de reinfte, oprechtfte, zachtmoedigfte, liefdenrykfte , en edelmoedigfte dieren, zelvs ook by'de Cherubim, of die heilige dieren, welke de verbonds Arke vercierden, en den throon of wagen van den Euangelifchen Koning trokken: naar Ezech. I.

V. Waar by nog eindelyk?

A. By de opgaande dageraad, het wit blinkend licht der maane, en den zuiveren glans der zonne, naar Hoogl. VI. vs. 10. welke teekening wel op eenen byzonderen ftaat der Kerke werd toegepast, maar ook past op eiken gelooP 4 vi"

Sluiten