is toegevoegd aan je favorieten.

Onderwys in de christelyke zedenleer vraagswyze opgestelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

326

Chriftelyke

het we'k niet alleen is. de verbreiding van zyne eer, maar ook de bevestiging en vermeerdering van des menfchen lighaamelyk, geeftelyk, en eeuwig geluk , welk laatfte naar des menfchen piigtsbetrachtiug in dit leven, zal geëvenreedigt zyn.

V. Hoe uit de H. Schrift ?

A. Deeze leert, dat in het houden van Gods beveelen groote loon zy, naar Ps. XIX. vs. 12. en dat de Godzaligheid tot alle dingen nut is, en de belofte heeft van het tegenwoordig en toekomend leven, iTim. IV. vs. 8.

V. Maar ftrydt deeze verbintenis of verpligting van den geeftelyken mensch tot de betrachting van alle zeedelyke pligten niet met de vryheid van den zeiven?

A. In geene deelen; daar deeze verbintenis zelve voor hem de waare vryheid is, welke vryheid niet beftaat in eene volftrekte onverfchilligheid 'of willekeurigheid, maar in eene gewillige neiging tot het goede, zo als de Apoftel Paulus overtuigend leert Rom. VI. en VII.

V. Is het niet even veel welke pligten de geestelyke mensch doe?

A. Neen : fchoon hy in een ftaat van volmaakte vryheid leeft, is hy nogtans aan zeekere regels verbonden, welker betrachting dien vryen ftaat uitmaakt.

V. Tot welke pligten word hy dan geroepen?

A. Niet tot de zulke, welke hem door menfchen