is toegevoegd aan je favorieten.

Onderwys in de christelyke zedenleer vraagswyze opgestelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

323

Chriftelyke

V. Hoe kan men de zelve best verdeelen?

A. Naar de drierlye betrekking, in welke de mensch ftaat: naamenlyk tot God, tot zich zeiven, en tot den naaften : zynde den mensch ook nog eene zeekere verpligting opgelegt, met opzigt tot andere fchepfelen, welke meerder of minder waardig dan hy, zyn, naamenlyk de Engelen, en de redenlooze Dieren; doch welke verpligting in die omtrend God en zyne werken ligt opgeflocen , en dus niet volftrekt eene af» zonderlyke verhandeling vordert.

V. Is de mensch zekere pligten aan Godverfchuldigt?

A. Dit is ligtelyk te begrypen, als men opmerkt, dat God niet alleen des menfchen fchepper, maar ook zyn Heer, Wetgever, en Richter is: met dit alles moet hier eene tweederlei bcpaaling worden in 't oog gehouden.

V. Welke is de eerfte?

A. Dat, in zo ver het doen van pligten omtrend iemand vooronderftelt,dathy die voor zich eenigzins noodig hebbe, altans dat men daar door zyn geluk en genoegen bevordere, men niet kan gezegt worden een eenige pligt omtrend God te betrachten, als die oneindig gelukzalig is in Hem zeiven, en niet van menfchen handen gedient word als iets behoevende,naar Hand, XVII. vs. 26. waar toe qpk de vraag van Eliphas dient, Job. XXII. vs. 2,

V. Welk is de tweede?

A,