is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der menschheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120 Geschiedenis der

worden , welke even gelyk de Beesten onder de opperlieerfchappy der Zinnen, en der Zinnelyke Driften ftaan ; welke hunne Verbeeldingskracht zeer weinig , en hun Verftand geheel niet verhoogd hebben, in welker Geest daarom veel meer donkerheid dan klaarheid, veel meer traagheid dan werkzaamheid heerfchen, welker begeertens zich tot zeer weinige, enkel zinnelyke behoeftens bepaalen, welker neigingen zich tot een zeer klein getal van Wezens, die hun tot bevrediging van hunne begeertens behulpzaam zyn, uitftrekken; en welker ongenoegen ook zeldzaam verwekt worden , en altyd zeer weinige Menfchen betreffen kan; die dus wel Egoïjïen zyn moeten, maar die in 't gemeen onfchadelyke, en onbekwaame, om de gevolgen hunner handelingen in te zien, en dus altyd fchuldelooze Egoïften zyn.

De andere klasfe maken die genen uit, welke hunne Zielsvermogens meer verhoogd hebben; by welken de Verbeeldingskracht magtiger is dan de Zinnen; maar de Rede zwakker, dan de Verbeek ding; in welker Ziel meer klaarheid dan duisterheid, maar echter meer verwarring dan dufdelykheid en orde zich bevinden ; welker begeertens zich tot menigvuldige voorwerpen kunnen uitftrekken, dewyl de Verbeelding geene paaien heefc, zoo als de Zinnen: welker liefde zeer veele Wezens omvatten kan , dewyl zeer veele hun dienftig kunnen zyn; welker haat nog uitgeftrekter, en heviger zyn moet, dewyl elkeen, die hun niet

dienst-