Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OUDE ■ V0LKE1

Beginzels tier Ma; fcliappye.

Menfchenceters.

2 ALGEMEENE

in verfcheide Gewesten, de voetftappen van r dien Wilden Staat, zo vernederend voor het Menschlyk Geflagt. Ondertusfchen is de Mensch tot een gezellig :t- leeven, tot de Maatfchappy, gebooren. Eene natuurlyke aandoening wekt hem op, om zich by Schepzels van zyne foort te vervoegen. De neiging tot eene Vrouwe en tot Kinderen maakt hem gefchikt voor uitgeftrekter verbintenisfen. De behoeften en onderlinge hulpbetooningen veréénigen hier en daar een deel dier Wilden, zo om zich te verdeedigen tegen de wreedheid der woeste Dieren $ als om zich het noodig voedzel te verzorgen. Hoe meer zy de voordeelen van die verééniging befpeurden, hoe nauwer zy derzelver banden toehaalden. Eenige ftilzwygende overéénkomften maakten hunne eerfte verbintenisfen uit; eenige nog onbefchaafde gebruiken dienden hun in ftede van Staat- en Regeerkunde. — Zulks is maar een zeer flauw ontwerp van eene Maatfchappye, welke de woestheid niet verdryft, en geene zeden vormt; alles bepaalt zich tot natuurlyke behoeften, en tot deeze alleen Indien de honger aandryft om Menfchenl vleesch te eeten, en de gewoonte daar in fmaak doet vinden, zal men,misfchien, zonder des zwaarigheid te maaken, zynen Natuurgenoot ombrengen, en zich met zyn Vleesch verzadigen. — De Gefchiedenis der Vier Werelddeelen verfchaft verfcheide voorbeelden van die gruwzaame verkragting der Natuure. Tot welke buitenfpoorigheden laat de Mensch zich niet vervoeren, en wordt

'er

Sluiten