Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 215" zien wordt, dezelfde niet was, die zich 's avonds vertoonde. — Buiten twyfel hebben de Egyptenaars en Pheniciers, die zich in Griekenland nederfloegen , de Weetenfchappen, in hun Vaderland gekweekt, derwaards overgebragt. Zouden zy anders wortel hebben kunnen fchieten in die Landfchappen, door den oorlog ontroerd, en door tweedragt van één gereeten ? Het is in den fchoot der gerustheid en des gemaks, dat zy gewoonlyk bloeien met de fraaijc Letteren en Kunften. Dus genooten de Grieken, in Klein Afie, eerst bet dubbel voordeel van gelukkig en onderweezen te zyn. Homerus heeft, omtrent drie honderd jaaren naa den Trojaanfchen Oorlog, dit Landfchap ten fieraad geftrekt. Zyne twee Heldendichten zyn, niet tegenftaande derzei ver gebreken, welke eene foort van Letterkundige Dweepery, te vergeefsch, tragt te vergoelyken, wonderen van vernuft cn bronnen van leering. De egtheid der fchilderyen, zonder agt te geeven op het verheevcne van de Dichtkunst, is van een onfchatbaar belang by allen, die de oude Zeden begeeren te kennen.

Zyne befchryvingen van de Gastmaalen, door de Grieken gehouden, ftrekken tot getuigen van de onbefchaafdheid hunner zeden. De Koningen zelve doodden een Stier, of ftaken een Ram den ftrot af: zy hieuwen de Beesten, naa ze gevild te hebben, in ftukken, wierpen ze op den Rooster, nog niet weetende van aan het Spit te braaden. A gamemnon discht ajax den rug van een Os O 4 op.

DE GRIEKEN.

Laat werden 'er de Letteren en Weetenfchappenbeoefend.

Homerus , in Klein Ajie.

Ruwheid van Zeden.

Sluiten