is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude en hedendaagsche algemeene wereldlyke geschiedenis.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GRIEKl N.

Toebereidzeis tot den Tocht tegen de Perfen.

Roekloosheid dier onderneenÜDg.

34 ALGEMEENE

was ooggetuige van de hoogmoediglïe onafhanglykheid in de diepfte armoede, en kon zich niet wederhouden van uit te roepen: Was ik alexander niet, ik somdiogen e s willen weézen!

Na Macedonië wedergekeerd, haastte hy zich in het vervaardigen van den toeftel, en om den optocht te beginnen. Hy weigerde te trouwen, om geen tyd in de Huwelyksplegtigheden en Feesten te verfpillen. Hy deedt groote gefchenken van Landeryen en Bezittingen aan zyne Vrienden, wier verkleefdheid aan hem zo noodzaaklyk was. Een hunner, vraagende: Wat hy dan zou overhouden ? kreeg ten antwoord, de Hoop. — Antipater werd, met omtrent dertienduizend Mannen, het bewaaren van Macedonië aanbevolen. Het Leger des Konings beftondt uit vyf- en dertig duizend Man; alle afgerigte en bekwaame Krygslieden, onder het be • ftuur der uitmuntendfte Legerhoofden. Hy vertrok daar mede; geen meer gelds, dan zeventig Talenten, tot betaaling der Krygskosten, en flegts voor eene maand Leevensmiddelen, mede neemende.

Volgens alle regelen van Voorzichtigheid, was het eene dolle roekloosheid, met zo gering eene magt, en zo zwakke middelen, de vermeestering van Afie te onderneemen. Eén kwaade flag kon het verlies van Macedonië naar zich fleepen. Alexander fteunde op zyn geluk, en rekende op de zwakheid van den Koning, wiens Throon hy zogt te overweldigen, onder het voorwendzel van Griekenland te wreeken, wegens den

hoon,