Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GRIEKEN.

parrhasius.

Pamphilus.

TlIIMANTES.

apelles.

Protoge-

nes.

De bititenfpoorige belooHÏngender Kimfte«aaren.

106 ALGEMEENE

betaalbaar waren, gelyk hy, door verwaandheid vervoerd, zelve betuigde. — Parrhasi us, dien zeuxis,zo 'er verhaald wordt, voor zyn Meester erkende, naa dat hy, door een gefchilderd gordyn, dien Kunftenaar bedroogen badt. — Pamphilus, die de beoefening der Weetenfchappen met de Schilderkunst paarde, en van elk zyner Kweekelingen 's jaarlyks één Talent eischte. — Thimantes, beroemd door zyn tafereel van iphigenia, waarin hy de onuitdrukbaare droefheid van agamemnon kunllig bedekt hadt. — Apelles, de Leerling van pamphilus, en Schilder van alexander, die zyne Schilderftukken in 't openbaar, voor 't oog der Voorbygangeren, ten toone ftelde, om vrugt te trekken uit de aanmerkingen, daar op gemaakt. — Protogenes, de Mededinger van apelles, die zeer tot lof van deezen Kunstbroeder fpreekt; doch 'er by voegt, dat hy het penceel niet wist neder te leggen; hier mede aanduidende, dat hy tot een uiterfte van nauwkeurigheid verviel, en fteeds bezig was aan het verbeteren zyner ftukken.

De eerbetooningen en giften, aan de Kunftenaars mildlyk toegedeeld, waren, ongetwyfeld, fcherpe prikkels, om hun aan te zetten tot het te werkftellen en volmaaken hunner bekwaamheden. De Atheners gingen hier in de maat te buiten. Hoe leevendiger bezef zy hadden van de waardy der fchoone Kunften, hoe meer zy ook hadden behooren te gevoelen de verheevenheid der deugden, der braave daaden en weezenlyke

ver-

Sluiten