Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 109

voudig en grootsch is, en niets heeft van dat laffe verwyfde, 't welk plato en aristoteles berispen in de Muzyk hunner Eeuwe. Men moet hunne beginzels toepasfen op de Dichtkunde en het Dansfen; zynde de een zo wel als het andere begreepen in het algemeene denkbeeld van Muzyk. De Romeinen lieten eene Kunst, by de Grieken zo hoog gefchat, aan de Slaaven over.

De Lier hadt oudtyds flegts drie fnaaren. Timotheus vermeerderde, onder de Regeering van philippus, dezelve tot elf; vervolgens heeft men 'er nog meer bygevoegd. Het hangt, onder de Geleerden, in gefchil, of de Ouden kennis gehad hebben aan de Concerten, uit verfcheide partyen beftaande. Hun Muzyk was verdeeld in achttien toonen, die elk hunne byzondere merktekens hadden. De Zangnooten, in de Elfde Eeuwe, door gui d'arezzo, of anders, guido aretinus, uitgevonden , hebben die Kunst veel gemaklyker gemaakt , en het blykt dat de hedendaagfchen, gelyk in veele ftukken, ook hier in de Ouden overtreffen (*).

(*) Men gaa hier over te raade met de Verhande. ling van den Heer buzette, in de Memoires dé l'Academie des Belles Lettres. Tom. V.

§ HE

DE

grieken.

De oudeMn. zyk.

Sluiten