is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis der menschheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Menschheid. VIII. BOEK. 337

Men heeft het reeds voor lang gezegd , dat de Hartstochten, de Wanördens , en Misbruiken in de Zedelyke wereld zyn , het geen in de Natuurlyke de Stormen zyn. De Zielskunde verklaart ons, hoe zy in de Natuur der Ziel gegrond, de Gefchiedkunde en de Ondervinding leeren ons, hoe zy dikwils tot bereiking van veele goede oogmerken nuttig zyn. De Wysgeerte en de Godsdienst overtuigen ons, dat uit verwarring in de deelen eindelyk eene orde en overëenftemming in het geheel ontftaan kunnen.

Dan»zal ons dit den vversch der Stilte en der Rust in de Zedelyke wereld als belagchelyk doen verwerpen? Ik zie daar toe geen redelyken grond* Ik gevoel, hoe onftuimignog alles is, en hoe ver wy nog af zyn van die gouden tyden. Ik verbeelde my ondertusfchen niet zonder de levendigfte verrukking heldere en ilille dagen.

Zyn ooit voor de groote veranderingen van den Aardkloot "de iMenfchen wyzer geweest dan wy, dan waren zy ook gelukkiger; dan zyn de Gouden tyden geen Verdichtzelen. Zullen ook onze Nakomelingen wyzer en beter zyn dan wy, dan zal er ook weder voor hun een gouden Eeuw verfchynen.

Nooit was er een Volk onder de Zon, hetwelk niet eenigen maat van het Goede , eenigen trap van Waardigheid genooten heeft ; voor het welk het niet beter geweest is te zyn , dan niet te zyn. Maar de trap van waaren Welftand en waaren Bloei, welke eenen ieder ten deele geworden is, II. Deei. y kan