Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 157

ren. — Dit voorzag de Heilige bernardus, buiten twyfel, niet, toen hy de Monniken van Clugni zo ftreng befchuldigde van onmaatigheid en pragt; en de Abten befchryft als Menfchen, die veel eer geleeken naar Landvoogden, dan naar Geestïyke Vaders van nederige en Heilige Genootfchappen. Verklaarende, 'er veelen te kennen , die ieder meer dan zestig Paarden op zynen ftal, en zulk eene verfcheidenheid van Wynen in zynen kelder hadt, dat het nauwlyks mogelyk ware, de helft daar van, in een enkel onthaal, te proeven. Maar, door van Paus innocentius den II, voor zyne Orde, de ontheffing der Tienden te verwerven, fcheen hy zelve over te hellen tot die zo natuurlyke neiging, den Monniken ten laste gelegd, dat zy na voorregten haakten, die hun Genootfchap op eene voordeelige wyze onderfcheidden en verrykten. Hadt pet rus Mauritius, Abt van Clugni, ongelyk, als hy zich beklaagde over eene vergunning, ten nadeele van zyn Klooster verkreegen? „ Wie", fchryft hy, „ heeft ooit gehoord, dat de Paus geene „ Kerk, maar een onvermogend Genoot„ fchap, volgens zyn eigen goeddunken, „ zonder de zaak te onderzoeken, van zy„ ne regten berooft, en het goed van den „ een aan den ander gegeeven heeft, bui„ ten toeftemming der eigenaaren"? Het voorregt der Cistercienfer Monniken werd, ondanks deeze klagten, gehandhaafd, gelyk de oude ontheffingen der Monniken van Clugni volgehouden waren, in weerwil van de

klag-

IV.

TYDPSRK.

De H. BERNARDUS al te zeer met zyne Moreniks Orde vooringenomen , toen hy die van Clugni beftrafte.

Sluiten