Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

IV. I 1

tydperk. 1 (

i t i < <

i

Bron der

SchooICche

twisten.

Zy hebben invloed op deLcerftukkenvan den Godsdienst.

■6o ALGEMEENE

tende menigte, wat hy wilde, diets te maa;en. Tot dat het licht van beter kennis loorbrak, zullen wy zien hoe de fchadclykte buitenfpoorigheden, onder den dekmanel van Godsdienst, ftand hielden en vernenigvuldigden. Het Feest der Gekken, en lat van de Ezels, onteerden den Godsdienst >p de aanftootlykfte en fchandelykfte wy:e (*); andere inftellingen beroerden den Jurgerftaat.

De Werken van aristoteles, flegt overgezet en flegt verklaard door de Arabie■en, en nog flegter verftaan door de Christenen in 't Westen, wel verre van een Imaak voor de Wysbegeerte te verfpreiden, gefchikt om de dwaalingen te verdry ven, [trekten ten oorfpronge van alle de Schoolfche Gefchillen, niet min verderf!yk dan de uitwerkzels der onkunde zelve. Deeze dwaasheid van gefchilvoeren, welke wy vóór den tyd van gregoriusden VII hebben zien ter baane komen, verkreeg eenen verbaazenden opgang,naar maate de verftanden meer en meer uit den flaap ontwaakten. De algemeene Hellingen, de onderfcheidingen, de belachlyke beuzelaaryen der fchoolen werden onderwerpen van aanbelang, over welke de zogenaamde Wysgeeren, met alle heftigheid en woede, zintwistten.

Men behandelde de Leerflellingen van den Godsdienst als ftukken der Bovennatuurkunde. Men bekleedde met woorden, zonder

denk-

(*) Men zie hier over w. robertson, Hüfo» titvan carel den V, li. Deel hl. 64. enz.

Sluiten