Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHINA.

VOLTAIRE

oordeelt 'er anders over.

Waare ftaat desGefcliils.

126 ALGEMEENE

„ de Opvolger zich weder in 't zelfde Pa. „ leis opfloot, en foortgelyk een rol als de „ voorgaande, met dezelfde uitkomst fpeel„ de (*)." Deeze fchildery fchynt naar 't oorfprongelyke gefchilderd, en wonder wel getroffen.

De Heer devoltaire oordeelt 'er geheel anders over. Hem komt geene Regeerings-vorm verRandiger voor dan de Chineefche, waar groote Geregtshóven de zaaken onderzoeken en regelen , waar de Vorst verpligt is welonderweezene Mannen, door verdienRen verheeven, te raadpleegen. Om kort te gaan, het denkbeeld eener eigendunklyke Regeering, 't welk hy zelfs ten aanziene van Turkye niet toeftaat, fclrynt hem ongerymd ten opzigte van China. De ftrydigheid van begrippen tusfchen twee eerfte vernuften , over een ftuk van deezen aart, leert ons het bekrompen perk onzer kundigheden; en wy durven het dan onderneemen, om het donkere der oude Gefchiedenis op te klaaren ? Op welke duistere en op zich zelve ftaande plaatzen durft men Stelzels bouwen?

Ondertusfchen loopt het gefchil, misfehien, meer over woorden, dan dat het zaaken betreffe. Ongetwyfeld beftaat eene loutere willekeurige Heerfchappy , die één enkel Mensch tot volftrekten Meester maakt van aller goederen en leeven, nergens, en zou dezelve niet kunnen geoefend worden in een

wyd-

(*) Efprit des Lris. Lib. VII. Cap. 7.

Sluiten