Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

390 CHARAKTERKUNDE van

„ Dit zy zo! Laaten de befchuldigingen te hard >, geweest zyn; laat Jofepb inderdaad uit eene „ waare trouw voor zynen Koning , uit liefde „ tot Egipttn gehandeld hebben. Het is altyd „ nog eene groote partydigheid, dat hy het veld „ der Priesteren verfchoont en deeze orde in al„ le haare bezittingen ongekrenkt laat (*). Maar „ het blykt te duidelyk, dat hy zyn eigen voor„ deel te naauw met de voorrechten, welke hy „ dezelve toellond, verbonden heeft, dewyl hy „ een huwelyk had aangegaan met de docbtèr

„ van eenen Priester (f). En is 't boven-

„ dien niet allerönrechtvaardigst, dat hy zyn „ maagfchap met onmeetelyke fchatten overlaadt, „ en hen het beste oord van 't land ter bewoo„ ning geeft, terwyl de inwooners van 't land, j, die toch het naaste recht op de goederen van „ hetzelve hadden, in nood en gebrek zuchten ? „ Behoorden hier niet de pligten van den re„ gent, van den landsvader eerder dan de plig„ ten van zoon en broeder opgevolgd te wor„ den ? En was het billyk, dat hy de hoogde „ eerampten uitdeelde onder zyne afhangelingen

„ en maagfchap (§)?"

Ook deeze befchuldigingen fchynen ons vreesfelyker toe, dan zy inderdaad zyn. Men begeert iets van Jofepb, het geen zo fterk zoude aangedruischt hebben tegen alle wetten van biltykheid, als men ooit voorwenden kan, dat zyn gedrag werklyk gedaan heeft. De haat, welken men

eens

C*) Gerief. XLVII, 26.

(t) Shaftesbury CbaraSeriJïlch Vol. 3. Cb. i. p- 57- 58. CD Morgan Mor al Philofopber Vol. 3.

Sluiten