Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a 4LMANACH DER SATUOJ,"

den en op nieuw bezielenden aangenaamen tijd, wij, ter behoorelijke plaatfe, zo veei als in ons vermogen z:tl zijn , zuilen afbeelden - — Het he» gin van 't jaar omtrent dien tijd te ftellen zou zekerlijk niet onvoegelijk weezen, dan, daar die vernieuwing der Natuur alfe jaaren, en onder alle iuchtftreeken niet gelijktijdig plaats heeft , heeft men, gelijk gezegd is, goedgevonden, dat begin te ftellen op den eerften dag deezer maand , dat is eenige dagen na den kortften dag, en derhalven Jn dien tijd waarin de dagen ais vernieuwen, en, gelijk iets groejends, tot eene zekere bepaaling toe. neemen , zo dat men dan eigenaartig kan zeggen, dat op dien tijd het jaar vernieuwt.

In deeze maand is de winter meesttijds in zijn volfte kracht, en vertoont zig in zijn gantfche,

niet geheel onaangenaame, gedaante thans

fteeken de verkleumde dorpelingen hunne vuuren aan, en gantfche gehuchten fchoolen aan den warmen haard bijéén, om na de vertellingen van menigerleie fpooken, nachtgeesten en verfchijnzelen met gretige ooren te luisteren, en dezelven tot de minfteomftandigheden niet alleen te gelooven,maar ze diep in 't geheugen intedrukken, en geduurig te herhaalen ; terwijl eene bijgeloovige fchnk niet alleen in de harten der kinderen indringt, maar zelfs de gemoederen der kloekde mannen vervult, en de verbaasd. Leid op de aangezichten der vrouwen te leezen

Sluiten