Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21 . ALMANACH DER NATUUR

VlSSCHERIJ.

Men gaat nog voord met het openhouden der vijvers, het welk vooral 20 lang mogelijk gefchieden moet.'

Alles wat aan de vijvers te verbeteren is,moet, zo veel de koude toelaat, niet uitgerteld worden :

De traage hand verwerft geen loon geen arbeid ook geen kroon.

d e j A g T.

De koude winter treft de wenfchen niet alleen, hij dringt door vederen en v/mne vachten heen.

Vooral is dit waar omtrent de .vogelen; veelen van dezelven vergaderen zig in groote troepen; zij verlaaten hunne verb'ijfplaatfen , en naderen door gebrek aan voedzel ftout geworden zijnde \ tot de wooningen der menfchen; de leeuwrikken en eene menigte van andere kleine vogeltjes, verfchuilen zig tusfchen het verwarmend rietdak; de musfchen, de geelvinkjes en de cijsjes, ftrijken op de boeren werven neder, en wachten op het openen der fchuurdeuren, om hun fober kostje uit het ftro en kaf te pikken : de veldfnippen en lijs. ters daalen in groote zwermen van de toppen der boomen neder, en bezoeken de meer befchutte

Sluiten