Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140 alma n a c h der natuur.

ring van die konbaare bollen verfcheenen, werd die levering door veelerleie toevallen verhinderd , of geheel, of voor 't minst in zo verre dat d=zel' ve niet naar den letter volbragt konde worden, waaruit eindelooze procesfen ontfionden, zo dat de Staaten van Holland, gelijk gezegd is, bij plakaa-

ten daarin moesten voorzien toen zag men de

weevers en fnijders, die in 't kort groote heeren geworden waren, welhaast naar hunne getouwen en tafels wederkeeren; op welke onvoorbeeldige ommekeer de Dichter JAW Zoet de volgende verfen zamenftelde:

Vrouw [flora had gemaakt van weevers en van fnyêrs, en ander Hecht gefpuis, cales- en paarde - rijers, die ftadig in den kroeg, bij lekker bier en wijn, als kleine heertjes, mild en vrolijk wilden zijn • maar ziet wat vreemdigheid! die't volk, voor weinig da^en. nog op een braaven hengst zo moedig rijden zatren, die zitten nu alwéér op 't magre houten paard, en fpeelen pof pof pof, na al der wevers aart.

In dien gedenkwaardigen tijd werd vooral de fpreuk, dat fchielijk rijst, zal fchielijk daalen bewaarheid, en niet onaartig haalt zeker fchrijver mede van deezen dwaazen bloemhandel fpreekenl de, het zeggen van den propheet Jekemia s aan, dus luidende: Gelijk een veldhoen eieren vernadert en hroedze niet uit, alzo is hij die rijkdom "vergadert doch met met recht; in de helft zijner dagen zal hij dien moeten verhaten, en in zijn laatfte een dwaas zijn —. dan laat ons voordgaan, en nog iets zeggen van heï *

Sluiten