Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

» VOORREDE des SCHRYVERS,

gen, beezig houden , aan het Mofaïsch Charakïe? kunnen toefchryven. Ik behoef niet te zeggen , welk een verbaazend denkbeeld dit ons van de grootbeid' van zyncn geest zoude moeten inboezemen, vitifo zich zo geheel' over alles uitbreidt, de geheels toekomende gefteldheid des volks, alle behoeften van 'i land, 't welk hy niet kende, vooraf zag , en voor elk geval, waarin nu de toekomende Ifniëlfet' by mogelykheid geraken kort, eene wyze <iï t gaf. Maar dit (luk was te zeer in gefchil9 en zoude naar alle waarfchynelykheid het onderzoek niet t-ëloonen. Dus heb ik de goddëlyke en Moiaïfche wet niet van- eikanderen wilde fcheiden > cmdat ik 'er niets van bewyzen konde.

Over het doelwit myner befpiegelingen, met heirekking tot die wetten zeiven in drieërlei opzichtten, heb ik my by het begin derzelven verklaard 9c?i ik hoop men zal vinden, dat zy voor zo verre niet tegen het oogmerk van dit boek aankopen. Dcwyl het echter Jchynt, dat fömmige van myne Leezeren in de Voorrede voor bet eerjle Deel dit niet genoegzaam hebben opgemerkt, zie ik my genoodzaakt , om hier nog eens te hrhaalen : „ dat 3, het by my even zo zeer aankomt op 't geen' „ by de Schriften, by de redeneeringen, by de y, verordeningen , welke de Bybel behelst, dan 5, op't geen by de persoonen charaktermaatig 5, is."' Ik wilde het uitmuntende , de goddëlyke verhevenheid van dJe inrich'ingen ontvouwen ; dit he 'noort immers mede tot den geest des Bybels. 'Jen dien einde motst ik ook verfcheide klein? dichtftiikken' geheel overzetten , dewyl men anderszins de aanmerkingen over dezelvenj zelfs dan niet zoude verflaan hebben , wanneer men 'er de gewoone overzetting mede vergeleeken had. Den laatften.

zegen

Sluiten