Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22.8 TWEEDE BEDENKING,

beter, wanneer door zeer gemakkelyke, gering.© verordeningen, kwaade dingen van belang, óf geheel óf ten deele kunnen voorgekomen worden.— De Ïfraëlieten moesten flechts op ééne bepaalde plaats offeren , en het zou zwaar geftraft worden, als men het tegendeel kon bewyzen (*). Deeze wet heeft zeer veele gewigtige gevolgen voor de burgerlyke gelukzaligheid van den Staat; en is daarenboven ook zeer overcenkomftig met den geheelen geest van den Mofaïfcben godsdienst. Daar was geen veiliger middel, om den godsdienst zuiver te bewaaren. Want als elk byzonder burger op eene willekeurige wyze iets daarby kon voegen of daaraf doen — welk een onbeftendige , zichzelven tegenfpreekende godsdienst moest daarüit niet ontftaan ! gelyk dit ook voor een gedeelte het geval is by meer Heidenlche godsdiensten. Zonder zulke bepaalde, en het geheele volk bekend gemaakte, ook dikwils voorgeleezene verö deningen over elk byzonder geval, zoude zekerlyk by deeze inrichting het bedrog der priesteren te duchten geweest zyn. Thans maakt de geheele gefteldheid en het wezen van den godsdienst dit bedrog onmogelyk. Zelfs het ftachten der dieren , omze te eeten, konde ten minften eene aanleiding geeven tot verdenking by anderen , wanneer zulks hier en daar gefchiedde; en zo lang het volk nog in het leger was, konde het dit ook zeer gemakkelyk voor den Tabernakel doen. Veranderde omftandigheden veranderden ook deeze wet.

Wan-

(*) Lav. XVII, 1-9.

Sluiten