is toegevoegd aan uw favorieten.

De charakterkunde van den bybel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der ISRAËLIETEN. 569

de, dat de onrechtvaardige bezitter nooit een bly genot daarvan heeft, nooit eene zuivere vreugde fmaakt, wil zy zichzelven nog bitterer aan hem wreeken, en hoopt dat haar uitgefprooken vloek (even als of een mensch daadelyk zou kunnen vervloeken ,) hem zwaar zoude vallen te draagen. — Maar, zie hoe de zonde z;ch altyd zelve ftraft! Haar zoon is de ont vreemder; hy bekent het, en geeft het geld weder. Dus zoude nu de fchade vergoed zyn , indien 'er geen vloek op het geld rustte, welken het bygeloof voor onherroeplyk houdt. Zo baart de eene zonde de andere. Het geld moet door 't gebruik weder geheiligd worden ; dit brengt de vrouw tot de gedachte van een heiligdom, 't geen zy in haar huis kon oprichten ; een beeld, 't welk een Orakel zou weezen, en, door zynen Priester, den vraager,antwoord geeven. De gierigheid heeft zekerlyk zeer veel deel aan die gedachte, want voor diergelyke godfpraaken moest men,gelyk wy nog van Bileam weeten, zekere fom betaalen : en dewyl zy immers Jehovah eigenlyk onder dit beeld wil eerbiedigen , is zy vast in de verbeelding, dat zy nog eene zeer goede daad verricht.

Mkha, de zoon, fchynt het Charakter van zyne Moeder tot de minffe trekken toe overgeërfd te hebben. Het ontfteelen van hst geld geeft reeds te kennen, dat de gierigheid wel zyne geringde ondeugd niet zal geweest zyn, welke hem ook zelfs tot eene dubbele ftrafwaardige daad, tot de heimelyke ontvreemding naamelyk , en tot trouwloosheid tegen zyne Moeder, verleidt. Maar hetzelfde bygeloof, 't geen wy in 't voorig Cha. rakter vonden, is hier heerfchende, en 't is mo gelyk, dat het, over 't algemeen genomen, een van O o 4 de