Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 KRITO en PHILEMON.

denkbeelden van de deugd: het denkbeeldige heeft, over 't algemeen, in de meeste gevallen, juist de tegenövergeftelde uitwerking, welke gy verwacht. In plaats van aantemoedigen , maakt het nêerflagtig; in plaats van naaryver te verwekken , maakt het moedeloos. Het is hiermede even zo gelegen, als met de alte verregaande denkbeelden van de christelyke volmaaktheid. Men zocht dezelve vruchteloos in de waereld, en daardoor ontftonden veele twyfelingen aan de vroomheid in 't algemeen. Onze meeste bespiegelingen van de verbetering der menfchen hebben dat gebrek, dat zy te weinig gegrond zyn op de kennis van den mensch, en juist uit dien hoofde is de gefchiedenis van den Bybel my alleraangenaamst, dewyl zy zo geheel en al natuur en waarheid is. En, eindelyk, kan ik immers ook niet denken, dat al het goede door de Charakterkunde uit den Bybel zoude weggenomen worden. Gy hebt mogelyk wederom voorbeelden. Laat my die hooren.

Krito.

Het volk hoort Abraham van de jeugd af aan eenen heiligen Aartsvader noemen. Gy berispt zyne onoprechtheid tegen Abimelech en zegt, dat dit Gods wille niet geweest is. Heeft men niet de eerwaardige Moeders der Stamvaderen van Israël, Sara,Rebecca,en Rachel altyd met dé grootfte achting genoemd? Gy vindt dezelve zeer middelmaatig : lfaak noemt gy zwak, Jakob onoprecht en trouwloos. In Job ontdekt gy het voorbeeld van lydzaamheid niet, waartoe men hem altyd gemaakt heeft. Gy houd het voor mogelyk, dat Rachab, eene Stammoeder van Christus,

een

Sluiten