is toegevoegd aan uw favorieten.

De charakterkunde van den bybel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

533 Het CHARAKTER

gemaakt. Wanneer Jcdb en Abifaï de overwinning vervolgen, keert hy zich van eenen heuvel tot hen, en roept hen toe: „ Zal dan het zwaard „ zonder einde woeden? Denkt gy niet, dat gy yi ons tot een jammerlyk bloedbad noodzaakt? „ Wanneer zult gy eens het volk gebieden, om

niet meer broeders te vervolgen (*) ? " ------

Deeze verfchooning zal ook mogelyk veel daaruit ontftaan zyn , dat de oorlog als verdooft. Want indien hy het uiterfte had gewaagd ; welke bloedbaden zoude zulks ten gevolgen gehad hebben , wanneer hy aan de eene en Joab aan de andere zyde de krygsbenden geleid had!

De overmagt van Davids party wordt weldra zichtbaar. Abner verklaart zich zolang voor Isbofetb , als hy eenige aanmoediging heeft, en hoe gewigtig zyn gezag, en misfchien ook zyne fyne flaatkunde voor Isbofetb moet geweest zyn, ziet men uit den vry aanmerkelyken tyd, waarin tusfchen beide partyën nog ten minsten zeker evenwigt plaats heeft (f). Want zodra heeft hy die party niet verlaaten, of de magt van Isbofetb valt in duigen. Eigenlyke trouw is dit juist niet. Zyne voordeelen waren te groot, en hy fcheen te veel te verliezen by die verandering, zo lang hy niet naauwkeurig wist, hoedanig David jegens Joab gezind was. Hoe zoude anders zulk eene niets beteekenende gelegenheid, hem ten eenemaal tot een verraader van zynen Heer hebben kunnen maaken ? Hy heeft naar de gewoonte der gum fteiingen, die zich noodzaakelyk gemaakt hebben,

(*) 2 Sam. II, 24—26. (t) —-IV, 5.