is toegevoegd aan uw favorieten.

De charakterkunde van den bybel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122 Het CHARAKTER

man van de wederkeerenden, en tot Rechter over de overtreeders der wet (*).

Zyne verdienften omtrent de Natie beftaan, voor zo verre wy die kennen, voornaamelyk in den yver, om den godsdienst weder te herftellen, den zedelyken ftaat van het volk te verbeeteren, den itad- en tempelbouw te bevorderen.

Veel was 'er reeds gewonnen, indien men flechts iets aan dien Israëliet kon wedergeeven van dien geest van vertrouwen op God , welke in zyne Vaderen had doorgedraaid, en hen aangefpoord tot die daaden, welke ook by nabuuren en vyanden voorwerpen van verwondering waren geweest. De eerfte flap, welken Esra doet, is hierop betrekkelyk. Het fchynt, dat de Koning hem ruiters heeft aangebooden , die hem zouden verzeilen , om niet op den weg door Samaritaanen of andere vyanden aangerand te worden. — Men had reden iets diergelyks te vreezen, dewyl het niet wel verborgen kon blyven , dat eene zeer ryke Karavaan met een gedeelte van den tempelfchat op reis was. En evenwel wyst Esra die aanbieding van de hand, en verklaart: „ dat de hand van God alle de „ geenen befchermt, die hem zoeken, en haare „ hulp onttrekt aan alle de geenen, die hem ver„ laaten." — Dit was , zal men zeggen, misfchien minder omzichtig , dan vroom, Dit zullen wy eens toeflaan — maar het was zekerlyk ook, indien het gelukte, in dit geval van veel gewigtiger gevolgen, dan dat geene, 't welk de bedaarde reden zou aangeraaden hebben. De

al-

(*) Esra VII,