Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5o3 Het CHARAKTER

drinken. By Habakuk geeft dit beeld gelegenheid tot een ander- Het is niets, dan vergelding van 't geen die trotfche eertyds zelf heeft gedaan, die andere volken dronken maakte, om hunne fchande te zien. Zyn vermogen bewerkt zyn val. Zyn praal is een roof der zwakkeren geweest. Van bloedgeld heeft hy paleizen gebouwd ; elke fteen van den muur, ieder tegel Van het dak, roept het wee! over hem uit. Zyn afgod zal nu doof blyven voor zyn fmeeken. Jehovah alleen is God. De gantfche aarde bidt hem aan (*).

Welk een fraai Geheel is op deeze wyze de eerfte afdeeling, en hoe zeer is het goddelyke der voorzegging door het gevolg gewettigd!

De dichterlyke vlugt van den Profeet gaat inmiddels in de tweede afdeeling nog hooger. Deeze afdeeling is eene eigenlyke Ode,van een verhevener aart, welke men zelfs, met opzicht tot de uitdrukkingen en het beloop der denkbeelden , zou kunnen vergelyken met fommigen in de verzameling der Pfalmen, en ,gelyk die, gefchreeven met het oogmerk om gezongen te worden (f). Het denkbeeld en de gelegenheid is gelyk als de voorigen, maar de bewerking neemt eenen anderen gang.

Vervuld met de goddelyke uitfpraaken ftryden vrees en blydfchap met eikanderen in zyne ziel.

Hier

(*) Habak. ii» 2-20.

(t) Dit wordt bevestigd door het Sela, het welk zekcrlyk eene mullkaate bedoeling heeft, en 'er dikwerf in voorkomt.

Sluiten