Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der KALVEREN. 31

„allen van één Boer, als mede8 en 9, 21 en „22, 26 en 27, 39 en 40.

„II. Dat de ouderdom, noch de tyd van het „ jaar, noch het weêr 'er iets in doen , want „van den 14 Juny tot den 7 Oétbber, is 'er „met zekerheid geen één Kalf van de myne aan „de ziekte geftorven,niettegenftaandede hee„ te en drooge Zomer.

„III. Dat de ouderdom zelf van de Kalve„ren, die opéén tyd ingeënt zyn, 'er ook niets „ toe doet, waar van een klaar voorbeeld is in „N°. 5, 6 en 7. N°. 5 , het oudfte, wierdt „ weinig ziek, N0.6 veel meer, en 7 wierdt he„vig ziek en ftierf. N°. 26, dat drie weeken „ ouder was , wierdt byna niet ziek ; JN°. 27 „ wierdt zeer hevig ziek.

„ Dit heb ik daarom aangemerkt, om dat „zommigezoo fterkgeftreden hebben voor de „noodzaakelykheid, van jonge Kalveren in te „ enten ;terwyl deeze Helling over lang is tegen„ gefprooken door de ondervinding , die ons „leert, dat de meeste Kalveren, van gebeterde „Koeijengebooren, in het byzonder, die ook „van gebeterde Bullen zyn geteeld, niet door „ Inëntingevatbaar zyn, voor en aleer dezelve „eenen geruimen tyd buiten geweest zyn, en „ hooi of gras gegeeten hebben. Ook heeft de „ondervinding geleerd, dat, als de jonge Kal. „ veren in huis ziek worden, zy even gevaar* „lykzyn,als die 4 en 5 maanden oud zyn/ „IV. Uit het bovengemelde blykt, en volgt

„ook

Sluiten