Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontwerp van dit Boek.

9

een volk, of de Menfchen, in eene zekere eeuw , wetten gaven, eenen ftaat inrigtten, en beftuurden, en met eikanderen leefden, dan toont men te gelijk, hoe uitgebreid, en hoe juist die denkbeelden waren, welken zij hadden , aangaande dat gewigtige deel der Wijsgeerte, dat de natuur des Menfchen, deszelfs beftemming, verplichtingen, en voorrechten ontwikkelt. Het is dus uitgemaakt, dat de gefchiedenis van den Haat, deszelfs inrigting, en wetten te gelijk de gefchiedenis van ons verftand voorftelt, en dat dezelaatfte niet anders kan behandeld worden. Dit is de reden , om welke ik de gefieldheid der weetenfchappen , in de bijzondere tijdvakken, en derzelver zedelijken en ftaatkundigen toeftand als denzelfden befchouw, eu aanmerk; trouvvends zoo gelijk de Menfchen denken , zoo bepaalen zij onder zich zekere gebruiken, zoo handelen zij; maar geenszins omgekeerd.

Hier hebben wij dan het lange tijdperk van vier duizend bekende Jaaren, in welken ons geflagt onderzogt, zich op onderfcheidene zijden gewend heeft, en uit den eenen toeftand in den anderen fteeds ginds en herwaards geworpen is, en altijd zekere gewigtige en haar aanbetrouwde waarheden en denkbeelden , van eenen gemeenfchappelijken Opperheer der Menfchen, van braafheid en deugd, en derzelver belooning gehad heeft, gelijk ook altijd zulke burgerlijke wetten en inrigtingen, welken op deze denkbeelden gegrond waren. Dan dit alles, zoo wel de kennis als de inrigtingen en wetten, zeer onbepaald, niet zamenhangende, en weinig toereikende. Immers hier ontdekken wij de duidelijke gelijkheid van het verftandige tnet het ftaatkundige, daar men, offchoon God als A 5 een

Sluiten