Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 Welke betrekking heeft de Godsdienst

gen voorkoomen, nimmer vaaren: ook zie ik, dat deze zwaarigheden, uit het genoemde denkbeeld, genoegzaam kunnen worden opgelost. Voorder is ook de Christelijke Godsdienst de Godsdienst van den Mensch , en ftemt volkoomen over een, met dat gene , het welke hij als Mensch befchouwd, voor zijne beftemming houden kan, en houden moet. Deze kan derhalven geenszins ftrijdig zijn met dat gene, wat den Mensch tot deze zijne beftemming kan opleiden. In gevolge hier van hebben , van dezen kant befchouwd, wanneer onze burgerlijke inrigtingen en betrekkingen geene middelen waren ter bereiking dezer beftemminge, maar alleen gevolgen van, door ons zeiven uitgedagte, behoeften en begeerten, of wanneer het louter toevallige omftandigheden waren, zoo onnoodzaakelijk, dat de Mensch, elk op zich zeiven, zonder dezen, zijne geheele beftemming, de hem als Mensch bestmogelijke volmaaktheid bereiken konde, het Christendom en de burgerlijke toeftand der Menfchen geheel niets met eikanderen te doen, daar dan toch dit, dat men ftrenger is, 'er geheel niets toe bijdraagt, om dat te worden, wat de Mensch worden kan. Ik wil er mede zeggen, dat, indien dit alles zoo ware, de Christelijke Godsdienst, offchoon met deze inrigtingen en betrekkingen als dan niets te doen hebbende, dan nog egter evenwel waarachtig zoude kunnen zijn. Deszelfs overeenftemming met deze inrigtingen zou dan wel geen bewijs voor zijne echtheid opleveren ; maar deszelfs onovereen-ftemmigheid met deze inrigtingen zou ook geen betoog zijn van zijne onwaarheid. In zulk een geval hadden noch de Verdedigers, noch de Vijanden van

den

Sluiten