Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22S De vereeniging onder de

maar door eene trotsheid, die weinig tegenftand vond, wierden opgeregt. De Natuur bezorgde alles, gaf menfchen, fchatten, vee, en voedzel voor talrijke legers; en dus was het den Veroveraar niet moeilijk, om, even gelijk een geweldige ftroom, die door niets in zijnen loop gefluit wordt, fteeds voordtegaan; dan de lugtftreek, naar welke alles geftemd was, en door welke de geheele Machine wierd in (land gehouden, kon hij niet te buiten gaan. Lang duurde het, eer de , in het verwijfde Aziën, verdartelde Menfchen zich van het zuiden, in ons Europa, waagden; en ginds waerelddeel bleef aanhoudende het tooneel van grootfe gebeurenisfen, terwijl intusfchen de overige waerelddeelen bijna geheel onbekend bleeven. De Staaten , Heerfchappijën, of Monarchiën , zoo als wij dezelven noemen, volgden de een op den anderen, en het tooneel , op het welk Babyloniè'rs, Asfyriërs, Meders, en anderen hunne ras voorbijgaande rollen fpeelden , bleef fteeds het zelfde. Intusfchen trok noch het noordelijk gedeelte van Azïèn , noch ons Europa eenig voordeel van de vrugtbaarheid of de ervaaring des vernufts in Azïèn. En hoe lang duurden niet deze tijden ?! De gefchiedenis van Indien gelijkt de onzekere tijden van Bacchüs. De Asfyriërs of Perjiaanen ftaan in geen verband met onze gefchiedenis , of met onzen toeftand: wij zijn een bijzonder Volk; wij hebben laat begonnen, ons te veradelen: hier van weeten wij, hoe het gefchied is, en wij zijn daar voor, aan geen der andere Volkeren dezer waereld , eenigen dank fchuldig. 'Griekenland was eene kleine plek op den Aardkloot, aangenaam beftraald: dan het was egter zeer klein, en , in plaats van den

ove

Sluiten