Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CATHARINA II. 233

geraakte op een ondiepte vast, en deed den Rusfen geen leed,terwijl hij verfcheiden Zweedfche fchepen , die de wind met geweld op hem aandreef, in brand ftak. Negen fchepen , drie fregatten, en meer dan twintig roeifchepen, vielen in de magt der Rusfen.

De overige Zweedfche roeifchepen hadden agter derotfen van Schwenk-Sund, die de gedaante hebben van verfcheiden waterpas liggende eilanden, de wijk genomen. De Prins van nassau, wiens vloot eens zoo fterk was, dan die van gustaaf., naderde om flag te leveren. Zijne onkunde verfchafte den Zweeden een eindeloos voordeel; hij wierd ten eenemaal gellagen, en verloor de helft zijner vloot, en meer dan tien duizend mannen. Egter behield hij daarom geen minder inbeelding. Zig verbeeldende, dat de vlootelingen, over welken hij het bevel voerde, zig hadden laaten flaan , om zijnen roem te

bezwalken, fchreef hij aan de Keizerin:

„ Mevrouw, ik heb het ongeluk gehad te,, gen de elementen , de Zweeden en de „ Rusfen te moeten ftrijden. Ik hoop, dai uwe Majefteit mij recht zal doen." De Keizerin antwoordde hem: „ Gij hebi „ gelijk, om dat ik wil, dat gij gelijk hebt P 5 „ Dii

1790.

Sluiten