Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Karei de groote. 491

siko, eenen anderen Hertog. Men kan naargaan, hoe gewigtig Karel zelve dezen inval befchouwde, daar hij als een grijsaart, en na dat hij reeds lang het oorlog, door zijne zoonen, en Veldheeren, had laaten voeren, dezen togt egter zelve in perzoon wilde bijwoonen. Dan men moet vooral wel in het oog houden, dat deze Godfriedus , en deszelfs togtgeuooten het oude Heidendom, en de volmaakte oude roofzugt met zich bragten, zoo dat men zeker zou gezien hebben, dat alle de nieuwe inrigtingen geheel zouden zijn vernietigd geworden, wanneer hij, en zijne benden, die aan de oude omzwervenden geheel gelijk waren, de overhand gekreegen hadden. Maar nu wierd Godfried van zijne eigene reisgenooten vermoord, en, het welk veel belangrijker is, WiTTEKïND nam het Christendom aan.

Welk een krijgsman deze Wittekinö! En dit moest hij zijn, zouden aile de Saxifche (lammen hem, als legerhoofd, erkennen. Immers hij was geen Koning, want de Saxen hadden geene Koningen; ook was hij geen Hertog, wijl hij niet aan Karel onderworpen was. Er zijn fabelen genoeg aangaande zijne afkoomst, en dezen (trekken zich uit tot aan de tweede eeuw; maar, het zijn fabelen. Alleen welk een krijgsman, en welk een-ijverig vijand van het Christendom was deze Wittekind ! Welke Attilafche, welke Hatmifihe tooneelen had men niet van hem kunnen verwagten, wanneer het er op aangekoomen was, om Karels werk, en Karels magt te verwoesten, en hij, als Veroveraar, daar toe geweld genoeg gehad hal. Men moet zich een recht denkbeeld maaken van deze Saxen, zoo wel ten

aan

Sluiten