Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

494

De Frankifche Monarchie.

den, en door geene groote rivieren van dezelven gefcheiden waren, daar gingen zij dikwils op veroveringen uit, en het was onmogelijk tot eenen vasten en genisten ftand te koomen, zoo lang dezelven niet overweldigd waren. Dit moesten die genen overweegen, welken zoo zeer tegens Karels oorlogen met dit Volk uitvaaren; en men behoorde zich te verklaaren, of een Europeesch Vorst (legt zoude handelen, wanneer hij de vestingwerken ,en rooffchepen

der Algerijnen vernielde, en of het het gedrag

van eenen verwoestenden Veroveraar zou kunnen genoemd worden, wanneer hij dezen dwong, den AL koran te verlaaten, en dus eene geregelde regeering onderhen opregtte. Dan zijn gedrag mogt zijn , wat het wilde, het zou toch tot heil van deze menfchen zei ven uitloopen, en dus de maat van gelukzaligheid voor het menschdom vermeerderen. Juist even zoo oordeel ik over Karel, en over deszelfs gedrag, omtrent de Saxen.

Steeds hadden de Frankifche Koningen er naar geftaan, om deze gevreesde nabuuren tot rust te brengen; maar tot dus verre, was dit ondoenelijk geweest. Derzelver zeden waren geheel, naar de oude Germanifche wijze, ingerigt, zoo dat dit Volk uit enkele kleine trammen belfond, welken ieder hun opperhoofd hadden, en die zich allen met eikanderen vereenigden, wanneer het er op aankwam, om eene ftrooperij te doen, of .eenen vreemden vijand tegenftand te bieden. Het land lag onbebouwd, zoo als natuurlijk bij zulke oorlogzugtige Inwooneren moest plaats hebben ; en even daarom konden hier geene Hertogen of Leensmannen worden aangefteld,

zoo

Sluiten