Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vi

Aan de Protejlantfche

k zag ook in de Gefchiedenisfe, dat ons Christendom zijne mannen gehad heeft; en ik weet uit de dagelijkfche ervaaring, dat het zijne mannen heeft, die in deze loopbaan van eer en deugd moedig voordgaan. De zoodanigen zijn er onder ons Proteftanten; ■ de zoodanigen zijn er ook buiten onze Kerk; immers wij bouwen op éénen grondflag , al verfchillen wij ongelukkig in een of ander gevoelen, wij bouwen egter op den eenigen grondflag, — op Christus , — op de opftanding door Hem, en de leer van zijne onfterflijkheid. Wij allen , Broeders! wiilen

als de zijnen, één zijn, allen één zijn

voor onzen eenigen God, die onzer aller Vader is, hoogst onder ons gepreezen!

Menfchen, zeden en gebeurenisfen hebben ons Godsdienftesftelzel aangevallen, en de werking van deszelfs leer getragt te verhinderen ; en egter is het ftaande gebleeven, en heeft, altijd, in elk tijdvak, zijne heilzaame vrugten gehad overal, waar de menfchen flegts deszelfs eerfte en hoofddenkbeelden aangenomen hebben. Even zoo was het ten aanziene onzer Kerkelijke inrigting: ook deze wierd door menfchen, zeden, en gebeurenisfen beftreeden, en egter hield zij ftand, en was hoogst nuttig. O! hoe veele tijden en plaatzen, in welken Geestlijken van het bevel

Sluiten