Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gregorius de zevende. 483

zitten tegens Hendrik, die zoo wel Italiëns vrijheid, als Romens hoogheid verachtte, naar eigen goeddunken Pauzen aanffellen, en zoo wel geestlijke ambten als waereldlijke Leenen weggeeven wilde, en deze trotschheid met zeer veel Duitjche ruuwheid van zeden verëenigde. Aan de eene zijde moest Mathildis letten op deze, door Hendriks Voorvaderen reeds gemaakte, ontwerpen, weikeu Hendrik ook de zijnen gemaakt had; en aan den anderen kant moest zij het oog vestigen op de eer van Italiën, op haare eigene veiligheid, en op den opperften Bisfchop der Christenheid, wiens befebermfter zij zijn kon. Ik wil het aan andereu overlaaten, te bepaalen, welke partij zij had moeten verkiezen; maar, indien zij wist, dat de toenmaalige Duitjche Koninglijke ftam eenmaal haare goederen erven en bezitten zou, dan had zij reden genoeg, om dit te verhinderen; en was zij niet aan Italiën fcbuldig dit te verhinderen ? Maar dit kon op geene gemaklijkere wijze gefchieden, dan dat zij haare landen aan de Kerk gaf, waartoe zij, volgends de denkbeelden dier tijden , het recht had. Wat kan men deshalven in haar gedrag meer vinden, dan het gene een gevolg was van de gefteldheid dier tijden, en den toeftand, waarin zij zich bevond? Er is dus in dit alles niets, dat ons reden geeft, om ons te verwonderen, maar wel, dat ons noodzaakt, om, als een onheil der Volkeren, te betreuren , dat men destijds nog geene betere denkbeelden van eene geregelde Staatsinrigting had, dan de zulken, die den kleenen Vorften en Graavcn vrijheid gaven, om hunne landen van den Hoofdftaat aftezonderen, naar goedvinden weg tefc henken, en op deze wij zei B-ijken ea Hh-a Staa-

Sluiten