is toegevoegd aan je favorieten.

De invloed en uitwerking van het christendom, op de vorming en den toestand der volkeren van Europa.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2^ft De tijden na

fcheuring tusfchen de Geördenden en de Waereldlijken, welke laatften zich geheel en al aan het waereldfche overgaven, en niets van het Geestlijke behielden , dan dat zij van de Kerklijke goederen leefden. Zedert dien tijd namen het bederf der zeden en de trotschheid geweldig toe onder deze Domheeren ; en wien is het onbekend, hoe zeer zij zich zeiven en de geheele Geestlijke Orden, door het grooffte Epicurismus ontëerden? Het eenige werk, dat hun nog te doen ftond, te weeten het zingen bij den Godsdienst, lieten zij door hunne Vicarisfen waarneemen (*). Zoo gingen zij fteeds van de^ eene trotschheid tot de andere, ja zoo ver, dat zij zich eindelijk boven de Bisfchoppen verhieven. Reeds in de twaalfde eeuw hadden zij de Bisfchopsverkiezuigen aan zich getrokken Q\); en zoodanig was het, niet flegts in Duitschland, maar ook in Engeland en op andere plaatzen, zoo dat Keizer Frederik. de Tweede, in de dertiende Eeuw, dit verkiezingsrecht der Domheeren plegtig erkende (§). Bij zulk eene gefteldheid van zaaken was het niet te verwonderen", dat zij den Bisfchop verachtten, en deze, in alles, de bevelen van het Kapittel, en der Dekens

in

cer.ru'cleri, tenore cujüs Canonici jura & bona habeant & inter fe dividant prout melius illis videtur. (*) Conf. Boehmer Jus Ecclef. T. ü. L, III. Tit. IV.

§'(f) Crantz. Metrop. Lib. VI. c. ». Adeo (A. 1125 ) intumuerunt canonici, jam liberam nafti eleftionem. (§) Boehmer. 1. c. Tom. II. Lib. III. Tit. IX. § 5-