Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE GEZANG. 23i

in het bedriegend vuurig aangezicht na: doch zijn hart doeg hem nog ! Doch Ithuriël gaat voor Hem uit, en luistert, van den top eens palmbooms, naar den naderenden voet des Mesfias; hij daalt af in de fchaduw, daar Jefus langs den boom voorbij gaat, hij wandelt onzichtbaar naast Hem henen, en fpreekt gelijk de ziel van eenen ontflaapenden Christen de laatfte gewaarwordingen denkt, ftil, met zagte woorden , Hem aan: De ellende van Ischariot is voor uw alweetend oog voorbijgegaan, en Gij kent het bedrijf des onwaardigen. Hij heeft U verraaden! Hij, dien uw omgang geleerd heeft, die uwe wonderdaaden gezien heeft , wien uw mond het verborgenfte van het toekomend leeven geopenbaard heeft, wien Gij verwaardigdet leerling te noemen! Hij heeft u verraaden ! Nog klinkt de vliegende ftem van den hoogen Eloa mij lieflijk in het oor, nog ontfluiten zich voor mij de lippen des ferafs , daar hij mij tot uwen troon riep: om naar de aarde te fnellen, en de engel van Ischariot te zijn! Thands verP 4 laat

Sluiten