is toegevoegd aan uw favorieten.

De Messias; heldendicht, in XX zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFTIENDE GEZANG. 227

ken? En hoe weet gij, ftervelijke, dan , dat het de raad des Eeuwigen zij, zoo te handelen? Indien een engel mij dit zeide, dari zou ik het gelooven; doch dat hij in de gehoele diepte moge zien • dat zou zelfs een engel mij te vergeefs zeggen. Nu fprak de bedaagde: Is dan geen eeuwige loon, o twijfelaar ? en zijn dan geene trappen van dien eeuwigen loon, die tot in den hemel der hemelen opklimmen ? en kan God dien , welken Hij om zijnentwil bedroefde , dan niet beloonen ? De onuitputtelijke Geever van alle zaligheid ook hem niet ? Gij ftaat aan de zee, zie , een droppel kan u, o ftof, met volheid overftroomen ! Beor. Gij verkwikt mijn hart, eerwaardige grijsaart. Maar indien ook God zoo handelt 5 hoe durf ik dan zoo verheven waanen, dat ik een der gelukzaligen zou zijn, welke God met ellende belaadt, om zich te verheerlij» ken ! om hen met eeuwigen loon te beloo. nen ! De grijsaart. Een van deze zijt gij! Dat weet ik. Met overtuiging zult gij het nu ook weldra ontwaar worden. Want P fl heÉ