is toegevoegd aan uw favorieten.

Fanny Wilkes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*3« FANNY WILKES.

zo dat de gevaarlijke koude van dezen nacht zo hevig door het poorticr van den wagen drong, dat ik waarlijk vreesde, te zullen bevriezen. Ik was te trotsch, om den Lord te verzoeken, dat hij het glas of het houten raam zoude ophaalen; het verwonderde mij echter, dat hij dit niet uit zich zeiven deed, daar de opening aan zijne zijde was, en zulks zo veel te noodzaaklijker fcheen te zijn, daar hij niets aan had, dan een maskeradekleed. Ik geraakte derhalven in twijfel, of hij niet fllep , en werd bij naauwkeurig onderzoek rasch overtuigd, dat hij zo wel, als hetMeisje, zeer vast (liep. Oogenbliklijk nam ik het befluït, om mij zelve te redden. De Koetfier en de Paarden hadden nog meer gevoel van de vorst, dan wij; gevolglijk reed onze wagen ki een vollen galop."

„ Niet zonder een beevend hart beproefde ik, of ik het poortier aan mijnen kant zagtjes konde openen; dan, dit gelukte niet. Ik zat eenige oogenblikken ftil, om af te wachten, of ook een van beiden wakker wierd; doch zij bleeven zonder ophouden ronken, waarfchijnlijk, om dat zij op het bal fterk gedronken hadden, en het vervaarlijk koud was. In vertrouwen op de Goddelijke befcherming, waagde ik het, uit den wagen tc fpringen; doch viel zo geweldig op de hart bevroozen aarde neder, dat ik van de onbdüirijflijkc fmart als dood bleef liggen. „ Wat

||