is toegevoegd aan uw favorieten.

Fanny Wilkes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n. BOE K. Mi

had gelegd eene voorzichtigheid, aan welke

ik, na zulk edne vervaarlijke verftijvmg door de vorst , mijne gezondheid te danken had. Hier op zond ik naar mijne Zuster, die, na verloop van eenige uuren, bij mij kwam. Ik zal U dit

tooneel niet befchrijven het was alleraandoen-

lijkst. Zij ftond beweegloos vóór mij; want zij had niet kunnen gelooven, dat eenige magt mij uit de handen van den Lord zou hebben kunnen redden. „ Nu, Zuster," zeide zij eindelijk, terwijl zij zich in-mijne armen wierp, „ Gij komt, hoop ik, weder bij mij; wij zullen aan een gedeelte der. flad gaan woonen, daar uw vervolger ons niet

vinden zal." Ik geloof waarlijk, dat zij in

hare verrukking dingen zeide, welke zij niet be-

dagt. „ Ik zie uwe vrees," dus vervolgde

zij; „ maai- Gij behoeft niets te vreezen. Ik ben bezitfter van vijftig Pond. Gij weet, dat ons gister, bij het droevige voorval, geen fchelling overig bleef. Zo als ik, heden morgen vroeg, in diepen kommer zat, kwam onze éénige Vriend,

john . dus heet! de Nachtwaaker —- „ Be

weet, lotje," zeide hij, „ dat Gij hulp nodig hebt. Gij herinnert U wel, dat uw braave Vader voor. mij een College deed, toen ik. van wege een borgtogt van vijftig Pond in hechtenis geraakte. Ik was ten behoeve van zeker' Man voor honderd Pond borg gebleeven, fchoon gods Woord niet beveelt, dat men Borg behoeft te I. Deel. q zijn.