Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVIII

moeden, of het ook die Gelderfche Graaf Reinald geweeft zij, aan welken, naar verhaal der Hiftorie-fchrij veren , Keifer Rudolf in 1290 van des Rijks wege fchonk en toebetrouwde het opperbewind over Ooft-Friesland, zo'als het toen van het Vlie tot aan de Eems was uitgebreid , op voorwaarden, dat hij uit 's Keifers naam aldaar niet alleen Recht zou fpreken, wetten maken, Rechters, Raadsheeren en fchattingen , naar zijn welgevallen (lellen , maar ook halsgerecht mogt voeren , des lands inkomften, mits aan het Rijk rekening doende, inbeuren, en voorts alles, wat nodig, met volle magt verrigtenenz. Het was dezelve Reinald, die in 1282 het recht van Keiferlijke munt te (laan voor de Stad Arnheim verkregen hadde. (b) Doch miflchien is dit onderzoek onnut, althans men zou konnen twij velen, of dit wel de waare lezing zij.

Maar laat ons, want dat is nu ons voornaam oogmerk, de feven vrije Friefche ftraten gaan opzoeken. Wicht tekent aan , (V) dat derzelver optelling in het oorfprongelijk Ooftfriefch landrecht enigzins anders word opgegeven, dan wij gedaan hebben. En zo vinden wij het bij Schotanus. 00 ma ütt\tt tfrete oenöa toetrete i$ tf0

.€h

f» Pontan. Hift. Gelr. p. 171. Sligtenh. Geld. Gefchied. 11 B. blz. 107.

(£) Pontan. 1.1. p. 101. Sligtenh. blz. 109.

(c) O. L. blz. 94.

Cd) Befchrijv. van Friesl. blz. 58.

VOORREDE.

Sluiten