Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PE VADERLANDER. 2|

CORNELIA. Hoe , Joost! is 't gekfcheerm ?

JOOST. Gave de Hemel dat het zulks ware !

zyn oogcn afdroogende. Ik vrees dat gy doodlyk ontitellen zult; myn allerlielfte Jufvrouw! ik moet u eerst wat vooibereidcn !

CORNELIA.

Maak het dan zo kort als mooglyk is !

JOOST, mzt een veelbetekenende houding.

Minnaars! . wat zyn uwe beloften !

Wat uwe toezeggingen! —• wat zyn uweEedenl —« Helaas!

CORNELIA.

Welk eene inleiding!

JOOST.

Onnozele, eenvoudige , ligt te misleidene kunne f beminlyke fchoonheederf ! waarom w.nd gy uwe \ crliefde oogen naar den gegallonneerden Vryer; naar d:n Minnaar, die tot over zyn ooren in de Zestehalven zit ? Detrouw, de beftendigheid, de zuivere geneegenheid woont niet by de ryke Jongelingen !

CORNELIA. Hebt gy haast gedaan, Joost!

JOOST^

Sluiten