Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het Leezen van Twhlfchriften. 15

wanneer men my maar toeftaat, gelyk gefchied is dat myn Samenftel zuivere onverminkte Waarheden bevat, die op de Heilige Schriftuur en op de Natuur gegrond zyn, en dat het zelve dus niets onzuivers, of dat men met reden kan verdagt houden, behelst; zal ik, ten aanzien van het gene anderen nog daarboven meer willen geloovcn, zeer toegeevende zyn. Ik laate het daarom geheellyk over aan het eigen gevoel van de Vrienden myns Samenftels, of zy behalven de onwrikbaare Waarheden van §. 8r. nog meer behoeven te weeten, om wel te vreden, wys en getroost te leeven. Ik heb 'er niets tegen, dat zy nog andere bepaalingen des Geloofs voor even zo wezenlyk voor hunne Gelukzaligheid houden. Het is my genoeg, dat ik hun, zelfs volgens de eigen bekentenis myner Partyen, eenen vasten grondflag hunnes Geloofs heb aan de hand gegeven.

Het vierde Hoofdpunt van myn Samenftel is de eigenlyke bron van alle de tegenwerpingen en hevige aanvallen op myn werk. Ik beweerde naamlyk, dat alle twistvraagen, waarover de Christen Gezintens het met elkander niet ééns zyn, in het geheel niet tot het wezen van de Christelyke Leere der Gelukzaligheid behooren. Dit toonde ik in het byzonder aan uit die voornaame gefchillen, welkende Christelyke Kerk van de vroegfte tyden van één gefcheurd hebben, en haar nog in onze dagen in veele fekten verdeelen. Het was dus natuurlyk, dat ik door deeze ftelling den geest van partyfehap moest gaande maaken, die dan ook wel dra in

zwaar-

Sluiten